Vragen? Bel uw huisarts

Informatie met betrekking tot het geheugen

Ontstaan

Het geheugen bevindt zich in de hersenen. Het geheugen wordt ingedeeld in drie onderdelen: het zintuiglijk, het kortetermijn- en het langetermijngeheugen.

Zintuiglijk geheugen

De dingen die u hoort of ziet, worden via de ogen en oren naar de hersenen geleid. De hersenen geven hier dan betekenis aan. Een klein deel van deze informatie wordt bewaard en gaat dan naar het kortetermijngeheugen. Bijvoorbeeld als u naast een spoorweg woont, dan “hoort” u in de loop van de tijd de treinen niet meer bewust langsrijden. De hersenen hebben gefilterd wat belangrijk is en wat er (op dat moment) niet toe doet.

Kortetermijngeheugen

In het kortetermijngeheugen wordt een beperkte hoeveelheid informatie tijdelijk onthouden. Factoren die van invloed zijn op het kortetermijngeheugen zijn: helderheid, oplettendheid, emotie, interesse en begrip.

Langetermijngeheugen

Dit geheugen is een permanente geheugenopslag. Wanneer u een herinnering oproept, dan komt deze uit het langetermijngeheugen.

Bij dementie is er meer aan de hand dan alleen maar iets vergeten. Er ontstaan namelijk problemen met het geheugen, het spreken en begrijpen, het herkennen van dingen, het herkennen van mensen en het uitvoeren van taken. Dus dementie heeft te maken met alle facetten van het geheugen.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Wanneer het geheugen achteruit gaat en u doet weinig nieuwe indrukken op, kan deze achteruitgang sneller gaan. Dit kan bijvoorbeeld door eenzaamheid en/of weinig sociale contacten. Het is belangrijk om contacten te hebben, actief te blijven in het sociale leven en om plezierige bezigheden te hebben. Hierdoor blijft u geestelijk fit.

Het geheugen ondersteunen

Hieronder volgen enkele tips om geheugenproblemen te verminderen.

  • Beweging, het is aangetoond dat minimaal 3 keer per week een half uur matig/intensief bewegen goed is voor het geheugen.
  • Bespreek uw problemen met anderen. Dat lucht op en kan helpen uw gedachten op een rijtje te zetten.
  • Neem de tijd om iets te onthouden. Schrijf de dingen op die u beslist niet wilt vergeten, bijvoorbeeld in een dagboekje of agenda. Kijk regelmatig in het boekje of u niets vergeten bent.
  • Concentreer u op één handeling. Probeer niet meerdere dingen tegelijk te doen.
  • Stimuleer de hersenen door lichamelijk en sociaal actief te zijn: zorg voor voldoende beweging en sociale contacten.
  • Gebruik vaste plaatsen om bijvoorbeeld uw sleutels of bril op te bergen. Zo voorkomt u dat uw spullen steeds kwijt bent.
  • Leg een voorwerp op een opvallende plaats om u ergens aan te herinneren. Wanneer u bijvoorbeeld een brief moet posten, leg deze dan op een plek waar u langs loopt voordat u naar buiten gaat.
  • Als u nieuwe informatie krijgt via bijvoorbeeld de televisie, de krant of een gesprek, probeer deze dan bewust op te slaan door er actief mee om te gaan. Daarvoor zijn een paar manieren:
  1. Koppel de informatie aan iets wat u al kent.
  2. Maak een denkbeeldige voorstelling van wat u wilt onthouden.